Hallo ik ben Trobble,
een wilde babyrat.
Ik ga vandaag jullie
mijn korte levensverhaal vertellen, pas op dit is geen lectuur voor gevoelige
dierenvrienden!!!
Ik ben geboren op 18 juli
97 in een knus nestje geplaatst in een graansilo, aan de dokken te Antwerpen.
Samen met mijn broertjes en zussjes waren we met vijf. Mijn Mama is een
wilde bruine rat, ook wel de Europeese of rioolrat genaamd oorspronkelijk
worden wij niet echt groot zo een 15 cm., zonder staart meegerekend, dus
hoeft u echt niet te schrikken van ons want mijn neef de Tamme rat kan
veel groter worden dan wij.
Mijn mama was erg
zenuwachtig in de eerste dag na onze geboorte, ze voelde zich niet op haar
gemak in ons knusse nest, want er waren mensen in de buurt, mensen met
wrede gedachten.
Op 19 juli 97 was er veel lawaai in de buurt van ons nest en op een gegeven ogenblik stonden twee mensenhoofden boven ons nest naar ons te staren, ze waren de ratten aan het uitrooien en hadden mijn moeder weggejaagd. De mensen namen ons nest op en gooide deze van de silo die zo een 10 meter hoog is. Ik overleefde de klap maar mijn zusjes en broertjes waren onmiddellijk dood.
Ondertussen
Kris Van Mol een jonge atletisch
gebouwde jongeman werkte aan de dokken zoals elk jaar. Het is zwaar werk,
maar dat was een goede training voor zijn militaire school waar hij in
september zou starten. Ze waren net bezig met de maandelijkse rat uitrooiing,
iets waar Kris liever niet aan meewerkte, hij was blij dat hij die opdracht
aan een ander had kunnen doorschuiven. Kris is een dierenvriend zelf heeft
hij drie tamme ratten, waar hij erg op gesteld is daarom is hij principieel
tegen het uitrooien van de ratten.
Hij was net bezich met een
vracht uit te laden toen een stel jongens op hem toe kwamen gelopen, al
lachent en roepend. Ze kwamen bij hem hun spannende verhaal doen, over
hoe ze een nest jonge ratten hadden vermoord. Kris verafschuwde het idee
dat die jonge dieren zoiets moesten meemaken en vroeg of ze de plaats konden
aanduiden waar ze de nest hadden gegooid. De jongens sleften tegen hun
zin naar de plaats, ze hadden gehoopt dat Kris ze graaf had gevonden omwille
van wat ze hadden gedaan maar het tegendeel was waar.
Toen Kris de nest jonge
ratten vond waren vier van de vijf jongen dood, één ademde
nog zwakjes. Hij liet het nest achter zich en hoopte dat de moeder misschien
het overblijvende jong zou vinden, en als dat niet zo was, dan zou het
jonge ratje waarschijnlijk toch vlug sterven.
s’Nachts
Het was koud en kil en
ik lag bewusteloos op de grond. Stilletjes aan kwam ik bij, overal had
ik pijn, ik besefte niet waar ik was, waar was mama en waarom had ik het
zo koud en waarom hoorde ik geen piepen van hongerige broertjes en zusjes.
Mamaaa, mamaa ik heb zo een dorst…..mamaa, …. Waarom kom je niet.
20 Juli 97 het eerste wat
Kris deed toen hij op zijn werk aan kwam, was gaan kijken hoe het met de
kleine rat gesteld was, ergens diep in zijn binnenste hoopte hij dat het
jong nog leefde maar hij hield zich zelf voor dat dat onmogelijk was. Eigenlijk
voelde hij zich een beetje schuldig, hij had evengoed het jonky kunnen
meenemen en het misschien op een aangenamere manier kunnen laten sterven
i.p.v. buiten in de frisse nacht.
Maar zijn ogen werden groot
van ongeloof toen hij bij de plek aankwam waar hij het ratje de dag daarvoor
had achtergelaten, het kleine diertje spartelde luid piepend en vol leven
rond.
Kris nam het diertje op
en stak het in zijn trui, hij zou het straks als hij thuis zou zijn proberen
te voeden.
s’Avonds
Kris probeerde met de moed
der wanhoop het jong wat melk te geven maar dit lukte niet echt goed, hij
had al verschillende keren proberen te telefoneren met Knagerke maar Iris
was daar niet, hij had enkel met de moeder van Dirk kunnen spreken en zij
zei dat hij het kleine diertje anders maar de dag erop moest komen brengen.
Donderdag 21 juli 97 bracht
Kris mij vroeg in de morgen naar Frieda in de hoop dat Iris daar gouw zou
komen opdagen. Kris vertelde het hele verhaal aan Frieda zodat zij op haar
beurt de hele uitleg kon doen tegen Dirk en Iris.
De dag kroop stilletjes
voorbij en heel af en toe kwam een dame even kijken of ik nog leefde, ik
voelde me licht in het hoofd en de honger was zo sterk dat ik ze gewoon
niet meer voelde, de kouw…. die kouw was zo…. Ik domelde weer in een rare
slaap. En droomde van mijn mama en broertjes n zusjes, ze riepen naar me.
Op vrijdag 22 juli 97 kwam
Dirk en Iris de dieren eten geven bij Moemoe de grootmoeder van Dirk, hun
dieren staan daar in een garage met ramen, eigenlijk lijkt het meer op
een schuur. De vorige zomer hadden ze de hele zomer bezig geweest met die
plaats op te knappen, zodat het er mooi en een beetje confortabel voor
de dieren zou zijn. Ze hadden barsten in de muren gevult en de hele schuur
in blauw en geel geschildert.
Ze waren de dag daarvoor
ook bij de dieren geweest, maar de Frieda woont aan de overkant en daar
kwamen ze niet elke dag binnen meestal één keer in de week
om de post op te halen en om te zien of er telefoons waren geweest. Meestal
hadden ze heel wat werk als ze de dieren kwamen eten geven, want zo 300
dieren geef je geen eten ineen half uurtje, ze hadden wel verschillende
soorten dieren van muizen tot hamster en van konijn tot cavia en van rat
tot chinchilla.
Toen ze klaar waren met
het eten geven wat ongeveer gemiddeld twee uur per avond in bezit nam,
gingen ze kijken of er wat nieuws was binnen gekomen. Toen ze binnenkwamen
zag Iris een klein transportkistje op de kas in de gang staan, het enige
wat je aan de buitenkant kon zien waren een stapel watten. Omdat Iris nogal
nieuwschierig was ging ze kijken wat er in zat, op het eerste zicht zat
er niets in maar toen ze wat beter zocht vond ze vanonder in het doosje
een kleine zwart baby ratje. Ze nam het op en nam het in allerijl mee naar
de keuken waar Frieda haar verhaal al aan het doen was tegen Dirk. Het
eerste wat Iris dacht was dat het een gewoon moederloos jong was en omdat
het weinig kans tot overleven had wilde ze het direkt laten inslapen.
Maar toen ze zijn korte
levensverhaal had gehoort vond ze dat het diertje al genoeg had gevochten,
nu was het haar beurt om het diertje een goeie tijd te proberen geven .
Het zou ten éérste onrechtvaardig zijn als ze hem na zo vechten
gewoon zou laten sterven.
Toen Iris het mij wat beter bekeek ontdekte ze krasjes en wondjes aan mijn oog en en op mijn lijfje. Omwille van al wat ik had meegemaakt werd ik Trobble gedoopt. Ook was ik erg onderkoelt, als éérste begon ze mijn lijfje te maseren en op te warmen, toen gaf ze met me een pippetje wat koffiemelk die ze lichtjes had opgewarmt. Ik kikkerde snel op en vergat al vlug wat ik allemaal had meegemaakt, eindelijk verzorgde er iemand me.
Toen het zaterdag werd
dus 23 juli 97 had Iris verwacht dat ik s’morgens dood zou zijn ze had
al zo dikwijls geprobeert om jonge dieren op te voeden en dat was enkel
nog maar geslaagt bij een paar jonge cavia. Het was verscheidene malen
een teleurstelling geweest toen, na vele uren werk het diertje ineens zonder
reden stierf.
Maar toen bleek dat ik
vlijtig en hongerig in mijn nestje lag, lachte ze opgelucht, het werk kon
beginnen.
Ik kreeg 16 maaltijden per dag omdat ik tenslotte al een week oud was en er uit zag als een ratje van 3 dagen, je kon een zachte gloed zien van mijn opkomende haartjes en mijn kleine snorretje, maar ik stond echt wel achter. Iris had een speciaal spuitje ontworpen voor mij, want met een pippetje eten geven was echt niet handig, ik morste veel, en zo kon Iris niet zien of ik wel genoeg dronk. Dus knipte ze het topje van een spuitje eraf en van een wattenstaafje knipte ze een stukje van twee centimeter af ( omdat die buisjes van wattenstaafjes hol zijn ) en dit plaatste ze op het spuitje, zo had ik een tutter op maat van mijn bekje. Ik at goed en daarna masseerde Iris steeds mijn buikje zodat ik steeds netjes mijn plasjes en kakjes deed. Ook groeide ik goed, en Iris vond het altijd geweldig leuk wanneer we na het eten speelden dan kwispelde ik met mijn staartje zo als een hond, ze vond dat een geweldig zicht.
28 juli 97 Ik groeide goed je begon mijn zwarte pelsje al goed te zien en ik had al een stevige snor ook kwamen mijn oortjes al van mijn kopje staan. En overal waar Iris ging, ging ik mee, Iris ging fuiven Trobble ging mee. Ik herkende haar al snel wanneer het etenstijd was en ze het bakje waar ik in sliep opende. Maar er was wel één enkel probleem steeds weer onderkoelde ik zelfs toen Iris het transportbakje in bed zette wanneer ze sliep zodat ik wat warmer zou blijven, maar dat hielp ook niet. Dus zat ik nu al een paar dagen bij tante Petite Faute een heuse huisrat, zij verzorgde mij goed, maar toch was ik blij wanneer ik er uit mocht en met Iris kon spelen .
Ach, ik had toch geprobeert hem een goeie tijd te geven.
Iris Janssen ( Dagboek Knagerke )
|
|