Russische dwerghamster
phodophus
sungorus sungorus
Oorsprong: Hun oorspronkelijk
leefgebied is in Siberië en Noord Kazachstan.
In 1770: werden de Russische dwerghamsters voor het eerst omschreven.
1960: Professor Klaus Hofman heeft de belangrijkste rol gespeeld in de
overgang van labodier
naar huisdier. Hofman zelf hield zich voornamelijk bezig met het fokken
van deze
dwergen en het bestuderen ervan.
Nu:De meeste dwerghamsters zijn over het algemeen nazaten van het Max Planck
instituut.
Dit telt voor zowel de Europese als de Amerikaanse dwerghamsters.
Algemeen
*Levensverwachting: Hun levensverwachting is 2-3 jaar
*Voortplanting: Op 4-5 weken
oud zijn de jongen al in staat om hun eigen nestjes groot te brengen,
toch is de ideale fokleeftijd 3 maanden oud. Ze zijn om de 4 dagen vruchtbaar.
De
ideale manier om met Russen te fokken is ze te houden in trios of in groepjes,
want
het zijn echte groepsdieren. Het zijn schemer en nachtdieren. De dieren
krijgen in de
winter een wintervacht.
*Draagtijd:16-19 dagen
voor 13 weken = jong
na 13 weken = oud
Puntenverdeling
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Type en bouw
De Rus heeft een kogelronde
bouw, hij lijkt zo breed te zijn als lang. Hij mag wel niet te dik zijn
en moet een mooie lichaamsverhouding hebben. De rus is de body-builder
onder de kortstaartdwerghamsters en moet dan ook erg geblokt zijn. Het
staartje is amper een halve centimeter lang vanaf de staartbasis gemeten.
Het staartje is nauwelijks zichtbaar door de vacht aan de achterhand. Het
achterlijfje van een volwassen mannetje loopt taps toe en van een vrouwtje
is rond, men moet enkel aan de achterhand van volwassen dieren kunnen zien
of deze vrouwelijk of mannelijk zijn. De kop is breed en kort en heeft
minder ontwikkelde wangzakken dan de Syrische hamster. Het diertje heeft
korte beentjes met 5 tenen aan elke voet, deze voetjes zijn dichtbehaard
net zoals de voetzooltjes. De voorbenen zijn korter dan de achterbenen.
Ze hebben aan elke teen een hoorn kleurig nageltje.
Grootte
*De gem. lengte zit tussen
de 7-10 centimeter, en hun gemiddelde gewicht is tussen de 40-50g.
Beharing en conditie
*De voetzooltjes moeten
dicht behaard zijn en zacht aanvoelen, als ze op de hand lopen zijn de
voetjes bijna niet
voelbaar. Ze hebben een korte, fijne, dikke, en dichte beharing die een
wollige indruk geeft.
De vacht moet glanzend zijn. Bij de Russische dwerghamsters zijn nog
geen andere vacht
structuren, buiten de gladharen bekend.
Kop,oren,ogen
*Kop: De kop is breed en
kort met een Romaans type en een gebogen brug dus geen spitse
muizenkop. Achter
de snorharen mag het niet te smal zijn, de snorharen naar de kaaklijn
moeten een zachte
overgang maken. De snorharen zijn wit en de neus is steeds roos.
*Oren: De oortjes
zijn donker kleurig aan de achterzijde met op het topje een zwart boogje,
afgerond met een
lichte rand. Ze zijn klein en rond en niet licht hartvormig zoals bij de
Robbi,
de oortjes zijn behaard
aan de binnenzijde en liggen plat met het lichaam mee. Enkel in
waaktoestand staan
ze omhoog. De oren hebben aan de binnenzijde een lichte beharing.
*Ogen: De ogen zijn rond
en vrij bol en staan zo een 7mm uit elkaar en hebben een lichte
amandelvorm. De ogen
zijn begrensd met fijne zwarte korte wimpers. Ze zijn steeds donker
kleurig, net fijne
kraaltjes.
Uitmonstering en tekening
*De tekening bestaat uit
een donkere hoofdlijn die zich uitbreid in een zeer duidelijke en
scherpe aalstreep
tot aan de staartbasis. De aalstreep moet ongeveer 2-3 mm breed zijn. De
buikkleur is steeds
lichter dan de dekkleur en wordt afgescheiden door een donker getinte
driebogenlijn. De
buikkleur en rugkleur mogen niet in elkaar doorlopen en moeten zeer
contrasterend tegenover
elkaar liggen. Het liefst moet de driebogenlijn erg scherp afgetekend
zijn. De tekening
bevat de helft van het lichaam en de bogen moeten zo gelijk mogelijk in
hoogte en breedte
zijn. De neusbasis en oren zijn donker. Het staartje draagt de buikkleur.
Kleur
*naturel of wildkleur
De naturel is de
hoofdkleur en komt het meeste voor. Elke haar bestaat uit drie haarbanden,
de haarband het dichtste
bij de huid is blauw, zowel voor de rugkleur als de buikkleur. De
tweede haarband is
grijs bruin en komt niet voor op de buik. De derde haarband is zwart en
geeft daardoor de
nodige ticking bij de wildkleur en zorgt zo ook voor de specifieke
tekening. De ondervacht
zorgt voor de donkere kleur van de aalstreep, de haren van deze
aalstreep zijn volledig
leiblauw.
De buikkleur is het
dichtste tegen de driebogenlijn creme-wit, verder naar de buik toe
verdwijnt de creme
kleur en maakt plaats voor een witte buik met metaalachtige schijn. Dit
onstaat door de blauwe
ondervacht. Op de buik loopt de ticking verder . De voetjes zijn wit,
zo ook de snorharen.
Waar de snorharen geplaatst zijn en boven de ogen vind je de
metaalachtige kleur
in een tintverschil terug. De ogen zijn donker van kleur.
Naturel vererft dominant
*Blauw-wildkleur
Deze kleurslag is
een verdund voorbeeld van de naturel of wildkleur. De vacht is donker
lavendel blauw met
een donkerblauwe tekening en ticking, maar geen leiblauw zoals bij
de wildkleur, een
lichtere versie.
De buik kleur is
te vergelijken met de buikkleur van de naturel enkel is deze i.p.v
metaalkleurig, lavendelkleurig.
De kleur boven de ogen is ook lavendelkleurig. De ogen zijn
donkerkleurig.
De ondervacht is ook leiblauw.
Naast de aalstreep
heeft de tweede haarband een creme kleur. Ook hier is er een blauwe
ticking het hele
lichaam rond. De voorkeur gaat naar zo scherp mogelijk afgetekende dieren.
Geschiedenis: rond
1988 werd de eerste blauw-wildkleur in Engeland geboren.
Blauw-wildkleur vererft
reccesief
*Parel
De vacht is volledig
wit met een zo gelijkmatig mogelijk duifgrijze ticking, de pigmentatie
heeft zich volledig
geconcentreerd op de tekening en de ogen. Ook de oortjes hebben een
duifgrijze afronding.
De ogen zijn ook hier donkerkleurig. De aalstreep en driebogenlijn zijn
donkergrijs.
De buikkleur is wit
met een duifgrijze onopvallende ticking enkel te onderscheiden als men
het diertje op de
zij houdt.
Geschiedenis: rond1989
werd de eerste parel geboren in Engeland.
Parel vererft tegen
blauw-wildkleur dominant en in combinatie met naturel 50 procent.
Fout: bijna of volledig
witte dieren, de voorkeur gaat uit naar duidelijk getekende dieren.
Lichaamsconditie en verzorging
*Deze dieren moeten een
mooie bouw hebben met een leuke uitstraling en heldere ogen. De
vacht moet glanzend
en aaneensluitend naar achteren liggen, de dieren moeten een mooie
spieropbouw hebben
en fit ogen. Moeten zeer handelbaar zijn en zeker niet bijt graag. De
grote en lichaamsverhouding
krijgen voorkeur de tekening is van het grootste belang.
Lichte fouten
lichte afwijkingen in type
en bouw, lichte kleurschifting of weinig of onjuiste ticking, lichte kleurverschillen
van dek en buikkleur, licht behaarde oren, lichte bogen in de aalstreep,niet
al te scherp begrensde ogen.
zware fouten
Beschadigingen aan oren,
poten, ogen, staart, te open vacht, kale plekken, warrige vacht, littekens
of kwetsuren, onderbroken of gebogen aalstreep, onduidelijke aflijning
of tekening, kikkerogen, door elkaar lopen van rug- en buikkleur, te weinig
beharing op pootjes te lange staart, te kale staart, te kale oren, te donkere
buikkleur.
Uitsluitingsfout: Dieren
in wintervacht, volledig of met vlekjes worden niet gekeurd.
Drachtige dieren, gelden dezelfde regels.
|
|