Oorsprong: Hun oorspronkelijk
leefgebied is in Noord mongolië, Noord China, Mantsoerije,
Altaï, Tuva. In 1905 heeft Thomas ze ontdekt, ze werden eerst verward
met de Russen
door het aantal cromosonen, dat hetzelfde aantal bleek te zijn.
Algemeen
*Levensverwachting: de levensverwachting is 2-3 jaar
*Voortplanting: Op 4-5 weken
oud zijn de jongen al in staat om hun eigen nestjes groot te
brengen, toch is de ideale fokleeftijd 3 maanden oud. Ze zijn om de 4 dagen
vruchtbaar. De ideale manier om met Cambelli’ s te fokken is ze te houden
in
trio’s of in groepjes, want het zijn echte groepsdieren. Het zijn schemer
en
nachtdieren. Russen en Cambelli’ s kunnen onderling bastaarden krijgen.
De
dieren krijgen in de winter een wintervacht.
*Draagtijd: 16-19 dagen
voor 13 weken = jong
na 13 weken = oud
Puntenverdeling
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Type en bouw
*De cambelli is eerder lang
en niet zo breed als de Rus, hij is wel geblokt en lijkt spier of
vetkussens op verschillende
plaatsen van het lichaam te hebben, hij behoort tot de
kortstaartdwerghamsters.
Zijn lichaamsvorm doet denken aan een vrouw, breder op de borst
en schouders, smalle
taille en brede heupen. Het licht behaarde staartje is een centimeter lang
vanaf de staartbasis
gemeten. Het staartje is zichtbaarder dan bij de Russische dwerghamster.
Het achterlijfje
van een volwassen mannetje loopt taps toe en van een vrouwtje is rond,
men
moet enkel aan de
achterhand van volwassen dieren kunnen zien of deze vrouwelijk of
mannelijk zijn. De
kop is breed en kort en heeft minder ontwikkelde wangzakken dan de
Syrische hamster.
Het diertje heeft korte beentjes met 5 tenen aan elke voet, deze voetjes
zijn
dichtbehaard net
zoals de voetzooltje. De voorbenen zijn korter dan de achterbenen. Ze
hebben aan elke teen
een hoorn kleurig nageltje.
Grootte
De gem. lengte zit tussen
de 7-11 centimeter, en hun gemiddelde gewicht is tussen de 40-50g.
Beharing en conditie
*De voetzooltjes moeten
dicht behaard zijn en zacht aanvoelen, als ze op de hand lopen zijn de
voetjes bijna niet
voelbaar. Het staartje is licht behaard. Ze hebben een korte, fijne, dikke,
en
dicht ingeplante
beharing die dicht tegen het lichaam aan licht en een wollige indruk geeft.
De
vacht moet glanzend
zijn. Bij de Cambelli dwerghamsters zijn er al andere andere vacht
structuren bekend.
*De satijn beharing
Satijnbeharing betekend
bij andere dieren glans. Maar bij de Cambelli geeft dit een vettig
uitziende onverzorgde
vacht, alsof het diertje in een bad water is terechtgekomen. Het diertje
moet zo een gelijkmatig
verspreidde satijnbeharing hebben, hoe meer hoe beter. Over het hele
lichaam verspreidt,
ook kop, oren, beentjes... Satijnbeharing is dominant tegenover gladharige beharing.
Satijnbeharing is
erkend in alle kleuren, effen of wildkleur.
Geschiedenis: de
satijn is ontstaan in Engeland in 1981 uit twee gladharige ouders.
Lichte fouten
Iets te weinig satijn
beharing.
Fouten
Veel te weinig satijn
beharing.
Kop,oren,ogen
*Kop: De kop is breed en
kort met een Romaans type en een gebogen brug, maar is wel
scherper en driehoekiger
dan bij de Rus. Achter de snorharen mag het niet te smal zijn, de
snorharen naar de
kaaklijn moeten een zachte overgang maken.
*Oren: De oortjes
zijn donker kleurig aan de achterzijde met op het topje een zwart boogje,
afgerond met een
lichte rand. Ze zijn klein en rond, de oortjes zijn behaard aan de binnenzijde
en staan in tegenstelling
met de Rus altijd omhoog. De oren hebben aan de binnenzijde een
lichte beharing.
*Ogen: De ogen zijn rond
en vrij bol en staan zo een 7mm uit elkaar en hebben een lichte
amandelvorm. De ogen
zijn begrensd met fijne zwarte korte wimpers. Ze zijn steeds donker
kleurig, net fijne
kraaltjes.
Uitmonstering en tekening
*De tekening bestaat uit
een zeer duidelijke en scherpe aalstreep die begint tussen de ogen tot
aan de staartbasis.
De aalstreep moet ongeveer 2-3 mm breed zijn. De buikkleur is steeds
lichter dan de dekkleur
en wordt afgescheiden door een donker getinte driebogenlijn. De
buikkleur en rugkleur
mogen niet in elkaar doorlopen en moeten ze contrasterend tegenover
elkaar liggen. Het
liefst moet de driebogenlijn erg scherp afgetekend zijn. De tekening bevat
de helft van het
lichaam en de bogen moeten, in theorie zo gelijk mogelijk in hoogte
en
breedte zijn. In
praktijk heeft men meestal een bredere en hogere middenboog. De neusbasis
en oren zijn donker.
Het staartje draagt de buikkleur.
Kleur
*naturel of wildkleur
De naturel is de
hoofdkleur en komt het meeste voor. Elke haar bestaat uit drie kleurbanden,
de kleurband het
dichtste bij de huid is blauw, zowel voor de rugkleur als de buikkleur.
De
tweede kleurband
is grijs bruin en komt niet voor op de buik. De derde kleurband is zwart
en
geeft daardoor de
nodige ticking bij de wildkleur en zorgt zo ook voor de specifieke
tekening. De ondervacht
zorgt voor de donkere kleur van de aalstreep, de haren van deze
aalstreep zijn volledig
leiblauw.
De buikkleur is het
dichtste tegen de driebogenlijn creme-wit, verder naar de buik toe
verdwijnt de creme
kleur en maakt plaats voor een witte buik met creme kleurige schijn. Op
de buik loopt de
ticking verder. De voetjes zijn wit. Waar de snorharen geplaatst
zijn en
boven de ogen vind
je de creme kleur in een tintverschil terug. De ogen zijn donker van kleur.
Naturel vererft dominant
*Blauw-wildkleur
Deze kleurslag is
een verdund voorbeeld van de naturel of wildkleur. De vacht is
blauw met een donkerblauwe
tekening en ticking, maar niet het blauw zoals de Russisch
blauwe wildkleur.
De buikkleur is te vergelijken met de buikkleur van de naturel enkel is
deze
vaalwit, en heeft
een blauwe schijn. De ogen zijn donkerkleurig. De ondervacht is ook
leiblauw. De tweede
haarband heeft een creme kleur. Ook hier is er een blauwe
ticking het hele
lichaam rond. De oren zijn blauw met lichte omranding. De voorkeur gaat
naar zo scherp mogelijk
afgetekende dieren en zo blauw mogelijke kleur.
Blauw-wildkleur vererft
reccesief.
*zilver-wildkleur
Deze kleurslag lijkt
erg veel op de naturel enkel bestaat de tweede haarband uit een zilveren
kleur. Verder is
de buikkleur en dekkleur hetzelfde als de naturel. Alleen is het totaal
opzicht
een zilveren wildkleur,
deze kleurslag wordt het liefst zo licht mogelijk gezien met zeer
donkere contrasterende
aalstreep. Heeft donkere ogen. Heeft zilveren oren met lichte rand.
De zilver-wildkleur
vererft reccesief tegenover de wildkleur.
*Geel-wildkleur (pp)
Deze kleurslag is de rode onder de cambellis. De ondervacht van de dekkleur is licht leiblauw ook op de buik. De tweede haarband heeft een beige gele tint. De tekening en ticking is chocolade bruin. De buik is creme wit. Er bestaan lichtere en donkerdere versies, beide zijn toegelaten. Zolang de oorkleur
en oogkleur in verhouding zijn.
Dit betekend voor
de lichte dieren: helrode ogen en vleeskleurige oren, voor de donkere dieren:
robijn ogen en chocolade oren
*Parel
De vacht is volledig
wit met een zo gelijkmatig mogelijk licht duifgrijze ticking, de
pigmentatie heeft
zich volledig geconcentreerd op de tekening en de ogen. Ook de oortjes
hebben een licht
duifgrijze afronding. De ogen zijn ook hier donkerkleurig. De aalstreep
en
driebogenlijn zijn
donkergrijs.
De buikkleur is wit
met een licht duifgrijze onopvallende ticking enkel te onderscheiden als
men het diertje op
de zij houdt. Is dus erg te vergelijken met de parel bij de Russen enkel
is
het moeilijk om goed
getekende dieren te vinden en de kleurslag is lichter.
Parel vererft tegen
blauw-wildkleur dominant en in combinatie met naturel 50 procent.
Fout: bijna of volledig
witte dieren, de voorkeur gaat uit naar duidelijk getekende dieren.
*Zwarte-parel
De grondkleur is
leiblauw zowel voor dekkleur als buik, tweede haarband is een lichtere
tint
leiblauw die ook
over de hele buik voortloopt. Het hele lichaam bevat een ticking die bestaat
uit zilver witte
haren. De aalstreep is duidelijk zichtbaar en lijkt tegenover de rest van
het
lichaam zwart gekleurd,
de driebogenlijn is volledig opgeslorpt in de leiblauwe kleur. de kin is
wit net zoals alle
voetjes en er is een witte kinlijn, liefst zo smal mogelijk max. 1mm breed
en
4 mm lang. De voorkeur
gaat uit naar dieren met zo weinig mogelijk wit. de oren zijn aan de
binnenkant zilver,
aan de buitenzijde donkerkleurig met lichte rand.
Ook hier zijn er
twee soorten bekend de vrij zwarte dieren met gelijkmatige maar lichte
verzilvering. En
de tweede soort, de zwaar verzilverde dieren die als totale kleuropslag
zwart
parel kleur dragen.
Beide zijn toegelaten omdat deze factor niet leeftijdsgebonden is, beide
dieren behouden deze
vachtkleur levenslang, en jonge dieren beginnen rond de vier weken
licht of ernstig
op te kleuren. Deze twee soorten komen beide voor in dezelfde nesten en
hebben beide dezelfde
genetische formule.
Zwart verzilverd:
lichte evenwichtige verzilvering, overal even zwart, witte sokken en
keelstreep met kin.
Zwart parel: zware
vezilvering, parelkleurig uiterlijk, witte sokken en keelstreep met kin.
Fouten
Dieren die tussen
de twee tinten in zwalpen, een witte kraag vertonen, te grote witte buikvlek
of te hoge witte
sokken hebben.
*Albino
Deze kleurslag is
hagelwit en elk pigment ontbreekt, de oren zijn vleeskleurig. De ogen zijn
helrood.
Fouten
Dieren met enkele
gekleurde haren of het vertonen van zelfs vlekken of stippen , of geen
helder witte ondervacht.
*Wit zwartoog
Deze kleurslag is
volledig wit de pigmentatie heeft zich volledig geconcentreerd
op de ogen.
De oren zijn vleeskleurig.
Fouten
zie hierboven
*Tekeningdieren
Bont
Deze tekening bestaat
uit grote vlekken zo symmetrisch mogelijk verdeelt over het lichaam.
De vlekken kunnen
zich over het hele lichaam bevinden, liefst ook op de kop. De vlekken in
het midden van het
lichaam vertonen de aalstreep ook al is die op verscheidene plaatsen
onderbroken. De vlekken
kunnen varieren van koevlekken tot stippen. Oren zijn ook gevlekt.
Is in alle kleuren
toegelaten.
Lichte fouten
Lichte afwijkingen
in het tekening patroon, te weinig of te kleine vlekken op de kop.
Fouten
Heel erge afwijkingen
in het tekening patroon, een witte of volledig gekleurde kop, geen
vlekken op de oren
dus kleurloze of zwarte oren.
Gekraagd
Deze tekening bestaat
uit een witte kraag, volledig rond de nek, overal even breed en zo
scherp mogelijk van
aflijning, min een halve centimeter breed.
Is in alle kleuren
toegelaten.
Lichte fouten
Te smalle kraag,
niet zo scherpe aftekening.
Fouten
Te brede kraag met
zware uitlopen, te onregelmatige aflijning, te onduidelijke kleurverdeling.
Lichaamsconditie en verzorging
*Deze dieren moeten een
mooie bouw hebben met een leuke uitstraling en heldere ogen. De
vacht moet glanzend
en aaneensluitend naar achteren liggen, de dieren moeten een mooie
spieropbouw hebben
en fit ogen. Moeten zeer handelbaar zijn en zeker niet bijt graag. De
grote en lichaamsverhouding
krijgen voorkeur de tekening is van het grootste belang.
Lichte fouten
lichte afwijkingen in type
en bouw, lichte kleurschifting of weinig of onjuiste ticking, lichte kleurverschillen
van dek en buikkleur, licht behaarde oren, lichte bogen in de aalstreep,niet
al te scherp begrensde ogen.
Fouten
Beschadigingen aan oren,
poten, ogen, staart, te open vacht, kale plekken, warrige vacht, littekens
of kwetsuren, onderbroken of gebogen aalstreep, onduidelijke aflijning
of tekening, kikkerogen, door elkaar lopen van rug- en buikkleur, te weinig
beharing op pootjes te lange staart, te kale staart, te kale oren, te donkere
buikkleur.
Uitsluitingsfout: Dieren
in wintervacht, volledig of met vlekjes worden niet gekeurd.
Drachtige dieren, gelden dezelfde regels.
|
|